SchaalGrootbedrijf

Binnen de modelspoorhobby, probeer je een waarheidsgetrouwe afspiegeling te zijn van de werkelijkheid. De gewone treinen waar je wellicht iedere dag in zit, noemt men het grootbedrijf. Een treinbaan die op zolder staat is een afspiegeling van de werkelijkheid. Alles is in verhouding verkleind. Dit noemen we schalen.

Hierbij is het het mooiste als de verhoudingen tussen de verschillende onderdelen blijven kloppen. Als je bijvoorbeeld een trein in een verhouding hebt, maar de mensen op het perron in een andere schaal, dan zullen deze fors boven het dak van de trein uittorenen, of zo klein zijn dat ze met een trapje in de trein moeten worden geholpen. Op een baan kun je dus het beste een enkele schaal kiezen en daar strikt aan vasthouden!



SchaalFactor

De schaal is de verhouding tussen de werkelijkheid en je modelbaan. Als een trein/gebouw in de werkelijkheid een aantal meter lang is, hoe lang moet die dan op je modelspoorbaan zijn? Dit kun je berekenen door de verkleiningsfactor te gebruiken. Hiermee kun je de lengtes (hoogtes/breedtes etc) omrekenen.

We gaan nu een schaal hanteren van 1:20.

Dit wil zeggen dat een eenheid in de modelwereld overeenkomt met 20 eenheden in de echte wereld.
Dat wil ook zeggen dat 1 millimeter in de modelwereld, overeenkomt met 20 millimeter in de echte wereld.
En dus ook dat 1 centimeter in de modelwereld, overeenkomt met 20 centimeter in de echte wereld.
En 1 meter in de modelwereld, overeenkomt met 20 meter in de echte wereld.

Ook de andere kant op werkt dat. Als in het grootbedrijf een man 2 meter hoog is,
dat is 200 centimeter, dan is deze man dus 200 / 20 = 10 centimeter hoog in de modelwereld.



SchaalSchalen

In de beginjaren van de modelbouw was het een wanorde van verschillende schalen en verkleiningsfactoren. Vanuit de MOROP (modelbouwvereniging Europa) kwam met uit op een schaalverhouding van 1:43.5. Deze schaal noemde men schaal 0 (nul). De treinen die met deze schaal waren verkleind waren echter nog steeds behoorlijk groot voor op je zolderkamer.

Dus ging men de schaalfactor aanpassen. Al snel ging men over tot een schaalverhouding die dubbel zo klein was: 1:87. Deze noemde men dus logischerwijs schaal half-0. Dit werd afgekort H0, met als uitspraak half-nul. Het lijkt wellicht raar om dit half te noemen als de schaalverhouding groter lijkt. Maar een trein van 870 centimeter lang is in schaal-0 20 centimeter lang en in schaal-H0 10 centimeter. Half zo klein dus!

Overigens noemen ze in Engeland schaal-h0 ook vaak ho (met de O van Ombudsman)



SchaalEen voorbeeld in H0

In grootbedrijf is een locomotief 15 meter lang
Voor het gemak maken we eerst centimeters van de meter, we krijgen nu 1500 centimeter.
Voor het omrekenen gebruiken we de verkleiningsfactor van H0, dat is 1:87.
Dus 1 centimeter van het model is 87 centimeter in het grootspoor (echte wereld).
Onze trein van 1500 centimeter lengte, is in de modelwereld dus 1500 / 87 = 17,2413 cm lang.

En ons model van 17.2 cm zal in de echte wereld dus een trein zijn van:
17.2 * 87 = 1499,99 centimeter lang (afgerond 1500 centimeter) = 15 meter.

Zoals eerder aangegeven pas je deze verkleining niet alleen toe op je treinen, maar ook op je gebouwen, mensen, hekjes, auto's, wegbreedtes, bomen etc.

Een gebouw van 75 meter breed
Is in centimeters 7500 centimeter
In H0-schaal: 75 meter / 87 = 86,2 centimeter

Een man van 187 centimeter lengte
In H0-schaal: 187 centimeter / 87 = 2,1494 centimeter



SchaalSchalen

Zoveel mensen, zoveel smaken. Ook in de modelwereld. In Nederland kom je schaal half-nul het vaakst tegen. Op de voet gevolgd door een schaal van 1:160 (schaal N). In Engeland rijdt men veel in een eigen schaal 1:78 (schaal OO).

Schaal N is nog niet eens de kleinste gangbare schaal, dat is 1:220 (schaal Z). Ook een schaal tussen schaal N en H0 in 1:120 (schaal TT) kom je regelmatig tegen. Ook de schaal 1:22.5 (schaal-G) is erg populair, met name door de treinen van het merk LGB. Deze worden vaak voor tuinbanen gebruikt.

Hieronder een opsomming van de meest gebruikte schalen. Schaal 0, half-0 en N. Er zijn echter nog heel veel meer schalen. En als je zelf gaat bouwen kun je natuurlijk iedere schaal kiezen die je wilt. Ik ga hier uit van de meest gebruikte schalen.

De treinen en huizen in Madurodam zijn gebouwd op 1:25. De totale baanlengte is ongeveer vier kilometer. Dat komt dus neer op een lengte van 4 x 25 = 100 km in de echte wereld. Deze baan is verdeeld in 33 blokken, waarop 12 treinen tegelijkertijd kunnen rijden.

De modelbaan in de Efteling, het Diorama achter de stoom carrousel was oorspronkelijk in een eigen schaal van Märklin. Toen deze stopte met het ondersteunen van deze schaalverhouding is het diorama omgebouwd naar standaard H0 formaat. De treinen rijden gelijkstroom.




SchaalSpoorbreedte

De verkleiningsfactor die men toepast op de treinen, gebouwen, mensen, past men in de regel ook toe op het spoor zelf. Als men de trein met een factor schaalt, dan lijkt het logisch om ook de spoorbreedte met dezelfde factor te schalen. Dat gebeurd meestal ook. Maar niet altijd. Soms kunnen er redenen zijn om voor de trein een andere verkleiningsfactor te gebruiken voor de schaal als voor het spoor. Dit komt voort uit smalspoor. Normaal rijden we op normaalspoor

Schaal is de verhouding tussen model en werkelijkheid.

Spoor is de spoorwijdte, afstand tussen de spoorstaven aan de binnenzijde

De rails waar de treinen in Nederland over rijden is gestandaardiseerd op 1435 millimeter (1.435 meter). Dis is de afstand van de spoorstaven. In bergachtige gebieden waar de aanleg van spoor erg duur is, heeft men geregeld gekozen voor de aanleg van smalspoortrajecten. Hier is de spoorbreedte smaller als bij normaal spoor. Deze waarden verschillen grofweg tussen de 650 en 850 millimeter. Gemiddeld 750 millimeter. Dat scheelt dus behoorlijk. Dit zie je ook aan deze treinen. Deze ogen groot en breed om smalle wielen en rails. Alsof er een grote dikke man op een fiets zit.

Er zijn speciale benamingen voor deze smalspoortreinen en rails. Schaalaanduidingen zonder extra letters hebben betrekking op normaalspoor (N, H0, O etc). Bij spoorwijdte van 1000 mm in het grootbedrijf zal de letter 'm' worden toegevoegd. Bij een spoorwijdte van ongeveer 760mm zal de letter 'e' worden toegevoegd.



SchaalNul

We beginnen met schaal 0 (schaal nul).

Veel gebruikt in Engeland en Frankrijk. Deze schaal wordt ook veel gebruikt in de zelfbouw. De factor is 1:43.5.

1 centimeter in de modelwereld komt overeen met 43,5 centimeter in de echte wereld.
En 43,5 centimeter in de echte wereld overeen komt met een 1 centimeter in de modelwereld.

Doordat dit grote treinen zijn op een breed spoor kan hiervoor alles zelf gemakkelijk worden gemaakt.

Nadeel van deze grote schaal, is dat draaicirkels erg veel ruimte in nemen. Vaak zien we dan ook pendel-banen in schaal 0.

De modelspoorwijdte is 32.0 millimeter voor normaalspoor.
En voor smalspoor in 760mm, 16.5 millimeter. Dit is schaal-Oe.



SchaalHalf Nul / H0

Schaal 0 is een beetje groot voor je baan op zolder. Voor een draaicirkel (180 graden) heb je al gauw enkel In de modelbouw is H0 erg gangbaar. Spreek uit als "Schaal Half-Nul". Dit is een schaal van 1:87.

Dit wil zeggen dat een (1) centimeter in de modelwereld overeenkomt met 87 centimeter in de echte wereld.
En 87 centimeter in de echte wereld overeen komt met een (1) centimeter in de modelwereld.

Voor H0 is de spoorwijdte 16,5mm. Er zijn enkele broertjes van H0 met een andere spoorwijdte. Alleen H0 heeft wisselstroom systemen.

De modelspoorwijdte is 16.5 millimeter voor normaalspoor.
Er zijn 2 smalspoor uitvoeringen, een met een spoorwijdte van 9,0 millimeter, dat is schaal-HOe.
En een spoorwijdte van 12,0 millimeter, dat is schaal-HOm.



SchaalN

Na H0 is de schaal N het meest gangbaar. De schaal is hier 1:160 en de spoorwijdte slechts 9 mm. Dit is een perfecte schaal als je een baan wilt bouwen met uitgebreide baan en rangeermogelijkheden op een klein oppervlakte.

De modelspoorwijdte is 9,0 millimeter voor normaalspoor.



SchaalRekenvoorbeelden

Jouw modeltrein is 20 centimeter lang
Een centimeter in het model komt (in H0) overeen met 87 centimeter in de echter wereld.
Je moet dus met 87 vermenigvuldigen.
20 centimeter x 87 = 1740 centimeter
De trein in de echte wereld zal 17,4 meter lang zijn.

Een trein is 80 meter lang.
Dat is 8000 centimeter (2 nullen erbij omdat we van meter naar centimeter gaan)
In H0 is de schaal 1:87. Dit wil zeggen dat 87 centimeter in de echte wereld overeenkomt met 1 centimeter in schaal.
Je moet dus delen door 87.
8000 centimeter / 87 = 91,95 (afgerond 92 centimeter)
Dus deze lange trein is op schaal nog steeds erg lang, bijna een meter!



SchaalSjoemelen

Als je een baan gaat maken maak je de werkelijkheid zo goed mogelijk na. Helemaal gaat dat niet lukken. Een echte trein kan gemakkelijk 300 meter lang zijn. Op schaal H0 is dat bijna 3,5 meter (30000 / 87 = 344.8275). De langste trein die ooit in Nederland heeft gereden was 400 meter lang (in H0 4,6meter en 2,5 meter in N) en de langste goederentrein in Nederland 600 meter (6,9 meter in H0 / 3,75 meter in N).

Een trein van 300 meter bevat zo’n 10 personenrijtuigen. Om de trein toch realistisch te laten blijven worden modelrijtuigen vaak korter gemaakt als ze in de werkelijkheid zijn. Ook rijden de treinen in de regel met minder rijtuigen. Hetzelfde overigens voor het goederenvervoer.

Een ander euvel zijn de bochten. Om de ruimte die een bocht nodig heeft beperkt te houden, moeten de bochten best wel krap zijn. Langere wagons zullen in de bochten aan de binnenkant van de bocht uitsteken. Dat is ook een reden om de treinen korter te maken.

Een bocht in de werkelijkheid kan vele kilometers groot zijn. Op de route DenBosch - Utrecht ligt net boven Geldermalsen een afslag van het spoor naar Leerdam. De straal van deze bocht is ongeveer 2000 meter. Dit is dus pas een vierde van een cirkel. Een volledig rondje zou een diameter van 4000 meter (4km) hebben. Om een bocht met een diameter van 4000 meter na te bouwen in H0, is een ruimte van 46 meter nodig. Te lang voor de meeste zolders. Om deze reden zijn de bochten in modelbanen vaan aanzienlijk scherper.



NEMNEM-010

Zie voor wat NEM is deze beschrijving.

De NEM-010 beschrijft de schaalverhoudingen, schaalaanduidingen en spoorwijdten. De informatie op deze pagina is geen weergave of samenvatting van de NEM normen. Het is een uitleg van het onderwerp aangevuld met achtergrond informatie.



NEMSmalspoor

Schaalaanduidingen zonder extra letter hebben betrekking op grootspoor met een breedte van 1250 mm (1,2 meter). Bij smalspoor, waarbij de breedte dus minder is dan 1250mm wordt dit in modelspoor aangegeven door de toevoeging van de kleine letter m, e of i.

De combinatie van schaalaanduiding en spoorwijdte heet spoor.

Voorbeeld:

Schaalaanduiding 1:87 (=H0) van 1250mm heet spoor H0
Schaalaanduiding 1:87 (=H0) van 1000mm heet spoor H0m
Afhankelijk van de breedte dient een van de letters te worden gebruikt:
Breedte van 400 - tot 650 -> i
Breedte van 650 - tot 850 -> e
Breedte van 850 - tot 1250 -> m
Breedte van 1250 tot 1700 -> geen toevoeging

Let op dat modeltreinen van H0m een smallere spoorbreedte hebben dan H0. De wielen zitten iets dichter bij elkaar. Als het model is ontwikkeld uitgaande van spoorbreedte 850mm dan is dit bijna 2/3 van de spoorbreedte van H0. Deze modellen zullen dan niet goed op je modelbaan kunnen rijden.


NEMEngelstalige aanduidingen

In Amerika en Engeland wil men de benaming ook wel aangeven via een omreken verhouding van 'mm per voet'. Dit komt voor H0 dan uit op '3,5 mm scale'. 0 is dan dus '7 mm scale' en het in Engeland populair 00 komt uit op '4 mm scale'.




Lees Verder in deze categorie

Copyright 2018 www.punthooft.nl

We do not collect cookies for advertisement. Your data is never send to third parties.