AandrijfstangOverbrenging

De meeste stoomlocomotieven hebben een aandrijfstang voor de overbrenging. Deze locs zijn gebouwd op snelheid. Minder op trekkracht. Door de vaste aandrijving van het draaistel hebben dit type locomotieven lange draaicirkels nodig, zeker in vergelijking tot locomotieven met een aandrijfas.

De zuiger in de cilinder laat de zuigerstang een heen-en-weer gaande beweging maken. Het aandrijfstang mechanisme zet de heen-en-weer gaande beweging van de zuiger om in een rondgaande beweging.

De gehele overbrenging gaat met een heen-en-weer gaande beweging. Totdat er uiteindelijk een overbrenging op de wielen is. Deze verbinding met de wielen zit altijd aan de buitenkant van de locomotief, anders zitten immers de assen in de weg. De aanhechting op het wiel gaat met een kruk. De kruk zit op het wiel vast, niet op de as! Vergelijk met een trapper op de fiets, hier zit de trapper ook niet op de as zelf maar erbuiten. Om meerdere wielen binnen een draaistel aan te kunnen drijven, werden de wielen op de verschillende krukken verbonden met koppelstangen.

Zonder het gebruik van extra cilinders ie het niet mogelijk om meerdere draaistellen aan te sturen.

In een draaistel konden meerdere wielassen zitten. Om toch te kunnen manoeuvreren waren de voorste en achterste wielas vast gemonteerd. Tussenliggende wielassen hadden de mogelijkheid om iets naar de zijkanten te kunnen schuiven. Hierdoor konden de wielen mee met de bochten in de rails.



AandrijfstangSchema

De (blauwe) zuiger zit via de (groene) drijfstang verbonden met een kruk op het wiel. Deze (bruine stip) kruk zit niet op de as van het wiel, maar erbuiten.

Als de groene as naar links komt dan zal dit de kruk op het wiel wegduwen. Als de zuiger de andere kant op beweegt, dan zal de (groene) as de (bruine) kruk juist aantrekken.

Als de zuiger in de meeste linkse positie staat, dan zal de kruk zo ver mogelijk weg staan. In de meeste rechtse stand van de zuiger dan zal de kruk zo ver mogelijk naar rechts staan.

Het andere paar wielen in dit draaistel is met de gele koppelstang verbonden met het aangedreven wiel. Door de koppelstang levert deze wielas ook aandrijving.



AandrijfstangDood punt

Door de snelheid van het wiel zal de kruk in de uiterste stand een omslagpunt hebben. Naar links bewegen zal naar rechts bewegen worden, in het uiterste punt links. En naar rechts bewegen zal naar links bewegen worden in het uiterste punt rechts. De draaiing van het wiel trekt de kruk door het dooie punt heen.

Als de trein stilstaat en de kruk staat in een van de uiterste posities (dood punt), dan zal de zuiger de trein niet in beweging kunnen zetten. Hiertoe heeft een locomotief met twee cilinders een faseverschil van 90 graden. Het ene wiel kan dan in de uiterste stand staan, maar het andere wiel staat dan altijd halverwege. Vanuit stilstand kan de zuiger (in halve stand) dus de draaibeweging in gang zetten, waarna de andere zuiger direct bijspringt.



AandrijfstangDe stangen

Aandrijving met aandrijfstangen gaat via 2 stangbewegingen. Aandrijving via de aandrijfstangen en aansturing van de stoomschuif.

We gaan hiervoor een foto van een stoomlocomotief 2 keer gebruiken, een keer voor een blik op aandrijving via drijfstangen en een maal voor de aandrijving van de stoomschuif. De foto's zijn aanklikbaar en tonen dan de zuigerstangen met kleuren. De kleuren uit de tekening komen overeen met de aanduidingen in de tekst.

  • Aandrijving via de aandrijfstangen
    De blauwe zuigerstang drijft de groene aandrijfstang aan. Deze zit op de bruine kruk op een pin op het wiel. De gele koppelstang loopt naar het volgende wiel. De gele stang zit op de andere wielen ook vast op een pin op betreffend wiel.

  • Aansturing van de stoomschuif
    In bovenstaande figuur hebben we al gezien dat de bruine kruk beweegt doordat de aandrijfstang deze beweegt. Aan deze kruk zit ook de rode stang vast. Deze is via de groene stang verbonden met de grijze stang. Deze gaat op en neer en beweegt via het witte stangetje de as op en neer waar in de (paarse) cilinder de stoomschuif zit.

Het tussenstuk van de groen/grijze en witte assen zijn om een kleine vertraging in de beweging van de stoomschuif te krijgen, zodat deze iets uit sync loopt met de zuiger. Dit voor een betere verdeling van de druk.



AandrijfstangTussen

We kennen allemaal de klassieke stoomlocomotieven met de aandrijfstangen aan de buitenkant.

Hel bijzondere is echter dat bij de eerste stoomlocomotieven de cilinders juist onder de stoomketel waren geplaatst. De aandrijfstangen liepen dan ook tussen de wielen en waren daar verbonden met een aandrijfwiel. Om de zuigerbeweging om te kunnen zetten naar een draaiende beweging werden krukassen gebruikt.

Door de aard van deze constructie was de horizontale koppelstang (in de grafiek hierboven in geel) tussen de wielen niet mogelijk. Doordat er ook onderhoud op het onderstel gedaan moest worden moest er behoorlijk wat vrije ruimte boven het mechanisme worden vrijgehouden. Dit beperkte de maat van de ketel. Ook kwam dit de vertikale gewichtsverdeling niet ten goede.



AandrijfstangMallet

De Zwitserse ingenieur bedacht dat als je een onderstel kan aandrijven met een cilinder, dat dat dan ook met 2 onderstellen moet kunnen. Hij ontwierp een systeem waarbij de stoom uit het de eerste cilinders hergebruikt wordt in een tweede set cilinders, op een tweede onderstel. Klik hier om over Mallet stoomlocomotieven te lezen.



Copyright 2020 www.punthooft.nl
We do not collect cookies for advertisement. Your data is never send to third parties.