Digitaal - AnaloogVerschillen

We hebben gezien dat de keuze voor 2 rail of 3 rail belangrijk is.

Analoog of digitaal rijden is een andere belangrijke keus die je moet maken als je gaat beginnen. Analoge locs rijden harder als ze meer stroom krijgen. De lampjes in de trein gaan ook harder of zachter branden naar gelang de snelheid van de trein. Heb je meerdere treinen op hetzelfde baanstuk, dan rijden allen even hard.

Bij digitaal zit er extra apparatuur tussen de stroomvoorziening en de trein. Ieder lampje en iedere motor (in de trein) heeft een eigen code. Je kunt hier specifiek zeggen lampje #1 branden voor 50%, motor #14 vooruit met snelheid 20% rijden enzovoort. Het is dus ook mogelijk om de verlichting te laten branden als de trein stil staat. Dat is bij analoog niet mogelijk.

Uiteraard zijn er weer verschillende systemen om je trein digitaal aan te sturen. Deze werken minder of soms wat meer samen. Ook hier is het dus van belang om een goed en eenduidig systeem te kiezen. Gangbare systemen zijn Marklin, DCC, Lenz en Selectrix.

Digitaal rijden kan gewoon via de bestaande rails.



Digitaal - AnaloogModerne tijden

Digitale besturing is mogelijk sinds 1985. Hiervoor was alles analoog. Pas de laatste jaren is het echt opmars aan het maken. Enkele afwegingen:

Wil je alles (!) zelf maken dan is zeker analoog veel eenvoudiger. De digitale schakelingen voor de aansturing en in de locs zijn eigenlijk zelf niet goed te maken, zonder heel veel kennis van electronica.

Wil je je treinen geheel los van elkaar kunnen besturen, de functies in de trein los bedienen dan kun je eigenlijk niet om digitaal heen.

Naast de digitale centrale moet er ook voor iedere loc, en eventueel zelfs voor iedere apart aan te sturen wagon een decoder worden aangeschaft.

Locs die heden ten dage worden uitgebracht zijn in de regel voorzien van een digitale decoder of zijn erop voorbereid. Koop je tweedehands dan is het zaak goed op te letten hoe de loc is toegerust. De keuze digitaal of analoog is helemaal persoonlijk. Deze zal voor iedereen anders uitvallen op basis van wensen, eisen, portemonnaie, interesse etc.



Digitaal - AnaloogAansturing Analoog

Bij de analoge aansturing bestuur je de trein door het aanbieden van aanbieden van spanning op de rails. Als er veel is zal de trein harde rijden en bij minder vice versa. De aansturing van de trein (rijden / stilstaan) doe je dus door met de hoeveelheid stroom te spelen.

Samengevat voor analoog:

  • Stroom - gebruik naar aanleiding van de geleverde hoeveelheid. 'Meer = harder'
  • Aansturing - indirect via de stroomvoorziening


Digitaal - AnaloogAansturing Digitaal

De aansturing gedachte van analoog moet je voor digitaal loslaten. Bij digitaal is de stroomvoorziening (voor rijden en verlichting) losgetrokken van de aansturing. De stroomvoorziening is gemakkelijk . Op de rails staat gewoon continue een vaste spanning. Hiermee krijgen alle componenten continue stroom en kunnen de lampen dus ook continue branden. Onafhankelijk van het rijgedrag. De verlichting van de treinen zal dus continue branden.

Nu komen we bij de aansturing aan. Net als de lampjes zijn de motoren continue verbonden met de spanning, met en verschil. Er zit een stukje electronica tussen. Deze krijgt van de 'verkeersleiding' te horen wanneer de trein moet rijden. Dit gaat met stuurcommando's.

Voor digitaal:

  • Stroom - nodig om te rijden / verlichten is er continue en altijd
  • Aansturing - gaat via stuurcommando's

De keuze voor analoog - digitaal is minder ingrijpend als de keuze voor 2 of 3-rail. Analoge locomotieven zijn vrij gemakkelijk om te bouwen naar digitaal. De recent uitgebrachte locomotieven hebben een stekker waar de digitale decoder op moet worden aangesloten. Dit is een werkje dat binnen 5 minuten is gedaan.



Digitaal - AnaloogAnaloog Gelijkstroom

Dit is het meest gebruikte analoge stroomsysteem. De analoge gelijkstroom komt direct uit de voedingsbron (transformator) Een normale AAA of AA batterij heeft een plus-kant (het bobbeltje) en een min-kant (de platte onderkant). Dit is bij een transformator ook zo. Dit verschil tussen + en - is de polariteit.

Bij analoog gelijkstroom gebruiken we de polariteit om de trein vooruit of achteruit te laten rijden. Door aan de regelknop op de transformator te draaien (of soms een knop om te zetten) veranderen we de polariteit (de + en - wissel van plaats) en de trein zal een andere kant op rijden.

Eenvoudig gezegd; draai de knop naar rechts en de trein gaat vooruit. Draai de knop naar links (de polariteit zal wisselen) en de trein gaat achteruit. Op de transformator is dus duidelijk te regelen welke kant de trein op zal rijden. Indien er meerdere treinen op de baan staan, dan rijden die gelijk in dezelfde richting (vooruit/achteruit)

Gelijkstroom wordt met DC aangeduid.

Meestal rijden in H0 analoge gelijkstroomsystemen op 2-rail. Roco, Fleischmann, Piko, Bachmann, Brama en Trix gebruiken bijvoorbeeld voor analoge systemen meestal gelijkstroom op het 2-rail systemen.

TrixExpress gebruikt ook het analoge gelijkstroom systeem maar dan op 3-rail systeem. Deze (analoge) TrixExpress rails/locs en wagons zijn dus niet uit te wisselen met die van de fabrikanten hierboven.



Digitaal - AnaloogAnaloog Wisselstroom

Bij wisselstroom verandert de polariteit continue. 50 maal per seconde zullen de + en de - omwisselen. Het wisselen van rijrichting is dan ook niet mogelijk door de polariteit om te wisselen. Dit gebeurd immers al continue.

Het wisselen van rijrichting gaat door een knop in te drukken op de transformator. Daardoor zal er heel kort een stroomstoot, met een hoge spanning op de lijn worden gezet. In de locomotief zit een elektromagnetisch relais. Hierin zit een elektromagneet. Door de hoge stroomstoot, zal de magneet even worden geactiveerd. Hierdoor kan hij de schakelaar omzetten en zal de motor van draairichting veranderen.

Vooruit zal achteruit worden en achteruit zal weer vooruit worden. Op de transformator is dus niet te zien/regelen welke kant de trein zal gaan oprijden.

Wisselstroom wordt met AC aangeduid.

De naam van de Australische metalband komt van de combinatie WisselStroom/Gelijkstroom - AC/DC.

Marklin gebruikt voor analoge systemen meestal wisselstroom meestal het 3-rail systeem.
Voor schaal I gebruikt Marklin 2-rail wisselstroom.



Digitaal - AnaloogAC/DC

De naam van de australische rockers AC/DC komt ook van deze aanduidingen. Hun naam is dus eigenlijk Wisselstroom / Gelijkstroom.



Copyright 2020 www.punthooft.nl
We do not collect cookies for advertisement. Your data is never send to third parties.